Vertrouwen

Schouwburgen en Concertgebouwen 2016-1

Schouwburgen en Concertzalen 2016-1 geeft het ondernemersvertrouwen van Schouwburgen en Concertzalen over het eerste half jaar van 2016 en de verwachtingen voor 2016-2, zowel bedrijfsmatig als inhoudelijk.

Vertrouwensindex
+ 13,5  
+ 22,8 verwachting

Het ondernemersvertrouwen bij Schouwburgen en Concertgebouwen is aanzienlijk, zowel bij terugblik (2016-1) als verwachting (2016-2). Het inhoudelijk vertrouwen (kwaliteit, programma) is nog groter dan bedrijfsmatig. Het bedrijfsmatige vertrouwen bij Schouwburgen en Concertgebouwen is vergelijkbaar met dat van de zakelijke dienstverlening in Nederland (COEN).

 

Terugblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Aantal bezoekers– 10%+52%+ 62%
Inkomsten uit bezoek– 10%+49%+ 59%
Inkomsten uit zakelijke verhuur– 21%+22%+ 43%
Inkomsten van overheden en fondsen– 23%-12%+ 11%
Inkomsten uit sponsoring en giften-28%-10%+18%
Aantal betaalde medewerkers-23%-7%+16%
Aantal vrijwillige medewerkers-5%+22%+27%
De concurrentiepositie-5%+14%+19%
Podiumkunst klimaat i.h.a.-10%+27%+37%
Vertrouwensindex 2016-1 bedrijfsmatig12,1

Leeswijzer: 62% van de podia zag zijn publiek het afgelopen half jaar toenemen ten opzichte van een jaar geleden (zelfde seizoen). 10% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 52%. Bij 28% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 62 – 10).; vanwege seizoensinvloeden is gevraagd naar vergelijking met seizoen 2015-1

Op de meeste (6 van de 9) bedrijfsmatige kenmerken hebben schouwburgen en concertgebouwen het afgelopen half jaar beter gepresteerd dan een jaar geleden. Alleen de financiering van overheden, fondsen en uit sponsoring is per saldo vaker teruggelopen dan toegenomen. Ook het aantal betaalde medewerkers is per saldo gedaald. Het bezoek en de inkomsten daaruit stegen bij meer dan de helft.

 

Terugblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 9%+23%+ 32%
Kwaliteit totale programma– 8%+19%+ 27%
Uitgaven aan gebouw/inrichting– 15%+8%+ 23%
Uitgaven aan programma– 12%+15%+ 27%
Podiumkunstklimaat i.h.a.– 10 %+27 %+37 %
Vertrouwensindex 2016-1 inhoudelijk+19,3

 

Bijna een derde van alle Schouwburgen en Concertzalen presteerde in het afgelopen half jaar inhoudelijk op alle kenmerken beter dan een jaar geleden. Dat geldt ook voor de beoordeling van het ‘podiumkunstklimaat’.

Vooruitblik 2016-2

Vooruitblik VSCD bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Aantal bezoekers– 3%+58%+ 61%
Inkomsten uit bezoek– 3%+59%+ 62%
Inkomsten van overheden en fondsen– 22%-10%+ 12%
Inkomsten uit sponsoring en giften-12%+10%+22%
Aantal betaalde medewerkers-12%+2%+14%
Aantal vrijwillige medewerkers-2%+21%+23%
De concurrentiepositie-5%+17%+22%
Podiumkunst klimaat i.h.a.-7%+23%+30%
Vertrouwensindex 2016-1 bedrijfsmatig13,5

De bedrijfsmatige verwachtingen voor 2016-2 zijn iets positiever dan de resultaten over 2016-1. Ten aanzien van sponsoring en giften lijkt sprake van een omslag: meer Schouwburgen en Concert- gebouwen verwachten daarin een toename dan bij terugblik over 2016-1 werd gerealiseerd. Ook denkt een kleine meerderheid meer personeel aan te nemen (saldo 2%).

 

De inhoudelijke verwachtingen voor 2016-2 zijn per saldo nog iets positiever geworden. Een kwart tot een derde deel verwacht een verbetering/toename van omvang en kwaliteit van het programma, de uitgaven aan gebouw/inrichting en van het programma. Dat geldt ook het ‘podiumkunstklimaat’.

 

Vooruitblik VSCD inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 6%+22%+ 28%
Kwaliteit totale programma– 1%+35%+ 36%
Uitgaven aan gebouw/inrichting– 14%+11%+ 25%
Uitgaven aan programma– 10%+16%+ 26%
Podiumkunstklimaat i.h.a.– 7 %+23 %+30 %
Vertrouwensindex 2016-1 inhoudelijk+22,8

 

10% heeft te maken met krimp, vooral grote podia

Het ondernemersvertrouwen van Schouwburgen en Concertgebouwen is groot. Maar een minderheid (ca 10%) noteert krimp. Die krimp betreft het aantal bezoekers, de inkomsten uit bezoek, bezuinigingen van de overheid en de omvang van het programma. Op andere kenmerken waren ook deze podia positief: in meerderheid groei van de zakelijke verhuur en uitgaven aan het gebouw. Opvallend is dat deze krimp voor de meeste podia eenmalig lijkt. Voor het komend seizoen verwachten ook deze podia in meerderheid groei. Krimp doet zich in de ene regio niet meer voor dan in de andere. Wel zijn et vooral grote podia die krimp rapporteren.

Actualiteitsvraag: Rijksgefinancierd aanbod

 Oordeel over het rijksgefinancierde aanbod

oneenseens
weinig aan te merken op de keuzes van de RvC en het FPK32%34%
dit aanbod is te braaf en zou gedurfder mogen zijn60%11%
BIS en Fonds staan te ver af van wat wij graag programmeren60%32%
Wij vallen jammer genoeg buiten het speelgebied61%18%
In deze regio is daar onvoldoende belangstelling voor58%19%
Aanbod van BIS/Fonds speelt vrijwel nooit op ons podium44%44%

Leeswijzer: 34% is het eens met de stelling dat er weinig is aan te merken op de keuzen van de Raad voor Cultuur en het Fonds Podiumkunsten, 32% is het met die stelling oneens. 34% heeft daarover geen mening of vindt de vraag niet van toepassing.

Het rijks-gefinancierde aanbod is voor 44% van de Schouwburgen en Concertzalen niet relevant omdat het vrijwel nooit op het betreffende podium te zien/ te horen valt, hetzij omdat er binnen de betreffende regio onvoldoende belangstelling voor bestaat (19%), hetzij omdat de plek buiten het speelgebied van de basisinfrastructuur (BIS) en het  Fonds Podiumkunsten valt (18%).

Er is naast waardering (34% weinig aan te merken, 60% is het oneens met ‘ te braaf’ of ‘te ver af’) ook kritiek. 32% vindt het rijks-gefinancierde aanbod te ver af staan van wat men zelf graag programmeert en 11% vindt dat het gedurfder zou mogen zijn.

 

Verschillen naar soort, grootte en/of regio

Gekeken is of er verschillen bestaan naar grootte, regio, of soort programmering. Die blijken er nauwelijks te zijn. Verschillen die zijn waargenomen zijn door kleine aantallen niet significant. Over het afgelopen seizoen valt op dat*:

  • Kleine podia wat vaker meer publiek rapporteren dan grote podia: 77% versus 44%
  • Kleine podia wat vaker een toename van publieksinkomsten rapporteren:  74 % versus  25%
  • Grotere podia vaker rapporteren dat de zakelijke verhuur was teruggelopen: 31% versus 3%
  • Grotere podia vaker rapporteren dat ze een beperkter programma brachten: 19% versus 4 %

Het lijkt erop dat grote podia wat meer moeite hebben gehad zich na jaren van krimp te herstellen.

* N.B. Geen van deze verschillen zijn statistisch significant.

 

Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Populatie
CBS – Theaters – SBI 90041239
VSCD leden op naam127
Aanvulling vanuit Adresdata45
Aanvulling vanuit Podiumcadeaukaart61
Totaal verzonden adressen (excl. dubbelingen)228
Respons na 3 toezendingen101
respons als % van toezending44%
Hiervan leden VSCD81%
Geen lid VSCD19%
Verdeling naar regio: lichte ondervertegenwoordiging vanWest en G4
Verdeling naar grootte: lichte ondervertegenwoordiging vanGroot
Non-respons onderzoek uitgevoerd bij15
hiervan bereikt10
check op terugblik bezoek60% +
idem op terugblik omzet50%+
check op kwaliteit programma50%+
Actualiteitsvraagdivers

Het aantal bereikte adressen is hoog (68% van de CBS populatie), de respons is hoog (44%) en de lichte ondervertegenwoordiging naar regio en grootte geeft geen aanleiding tot aanvullende weging omdat er geen significante verschillen naar regio of grootte bestaan.

Het non-respons onderzoek (N=15, waarvan 10 bereikt) is naar omvang beperkt, maar stemt geheel overeen met de uitkomsten van de respons.  De uitkomsten zijn daarmee te beoordelen als representatief voor de Schouwburgen en Concertzalen in Nederland.

 

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…