Vertrouwen

Poppodia en -festivals 2016-1

Vereniging van Nederlandse Poppodia en - Festivals

Vertrouwensindex
+ 6,8  
+ 19,5 verwachting

Het ondernemersvertrouwen bij Poppodia is over het afgelopen half jaar opnieuw toegenomen. De verwachtingen voor het komend half jaar (2016-2) zijn evenwel minder positief[1]. Dat geldt zowel het bedrijfsmatig vertrouwen (omzet, bezoek), als het inhoudelijk vertrouwen (kwaliteit, programma). Het vertrouwen bij Poppodia is groter dan dat van de Kunsten en groter dan van de zakelijke dienstverlening in Nederland (COEN) als geheel (17,2 versus 12,5).

Podia Terugblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 11%+55%+ 66%
Inkomsten bezoekers– 11%+52%+ 64%
Inkomsten overheden en fondsen– 20%-9%+ 11%
Inkomsten sponsoring en giften-20%-7%+14%
Betaalde medewerkers– 11%+9%+ 20%
Vrijwillige medewerkers-11%+11%+23%
Concurrentiepositie-11%+7%+18%
Live Popklimaat in het algemeen-14%+11%+25%
Vertrouwensindex Pop Bedrijfsmatig+17,2

Leeswijzer: 66% van de poppodia zag zijn publiek het afgelopen half jaar toenemen ten opzichte van een jaar geleden (zelfde seizoen). 11% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 55%. Bij 23% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 66 – 11).

De meeste poppodia hebben op vrijwel alle bedrijfsmatige kenmerken het afgelopen half jaar beter gepresteerd dan een jaar geleden. Het bezoek en de inkomsten uit bezoek zijn zelfs bij 2/3 van alle podia toegenomen. Alleen de financiering van overheden, fondsen en uit sponsoring is per saldo vaker teruggelopen dan toegenomen.

Podia Terugblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 11%+18%+ 30%
Kwaliteit totale programma– 5%+52%+ 57%
Uitgaven gebouw en inrichting– 9%+18%+ 27%
Uitgaven programma– 11%+30%+ 41%
Live Popklimaat in het algemeen-14%+11%+25%
Vertrouwensindex Pop Inhoudelijk+24,8

25% – 57% van de poppodia presteerde het afgelopen half jaar inhoudelijk beter dan een jaar geleden. De beoordeling van het ‘live popklimaat’ over het afgelopen half jaar is het minst positief.

Podia Verwachting bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 9%+36%+ 45%
Inkomsten bezoekers– 9%+32%+ 41%
Inkomsten overheden en fondsen– 23%-7%+16%
Inkomsten sponsoring en giften-16%+7%+23%
Betaalde medewerkers– 11%0%+11%
Vrijwillige medewerkers-7%+9%+16%
Concurrentiepositie-5%+16%+20%
Live Popklimaat in het algemeen-9%+7%+16%
Vertrouwensindex Pop Bedrijfsmatig+6,8

 

De verwachtingen voor 2016-2 bedrijfsmatig zijn minder positief dan de resultaten over 2016-1. Ten aanzien van de overheidsfinanciering zijn (net als over 2016 – 1) meer poppodia negatief dan positief gestemd. Het aantal podia dat personeel wil aannemen is precies even groot als het aantal dat het met minder personeel zal doen. Wel neemt het aantal vrijwilligers bij veel podia opnieuw toe.

 

Podia Verwachting inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 7%+18%+ 25%
Kwaliteit totale programma-7%+30%+ 36%
Uitgaven gebouw en inrichting– 9%+23%+ 32%
Uitgaven programma– 9%+11%+ 20%
Live Popklimaat in het algemeen-9%+7%+16%
Vertrouwensindex Pop Inhoudelijk+19,5

De inhoudelijke verwachtingen voor 2016-2 zijn opnieuw in meerderheid positief. Meer en beter programma, investeringen in gebouw en programma en een positieve verwachting van het live popklimaat. Wel is de totale index voor 2016-2 gedaald  (19,5 versus 24,8).

Ca. 10% noteert teruggang en heeft ook in de toekomst weinig vertrouwen

Per saldo registreren de poppodia over het afgelopen half jaar in aanzienlijke meerderheid groei en ziet men ook de toekomst met vertrouwen tegemoet. Dat neemt niet weg dat een minderheid (ca. 10%)  over het afgelopen half jaar krimp registreert en ook voor de nabije toekomst geen groei verwacht. Wie over het afgelopen half jaar minder publieksinkomsten realiseerde, noteerde in grote meerderheid ook een teruggang op het aantal bezoeken, en was er geen groei of verbetering van de omvang of kwaliteit van het programma, het aantal personeelsleden of vrijwilligers, van de concurrentiepositie en van het live popklimaat. 23% verwacht vermindering van de overheidsbijdrage. Opvallend is dat wie over het afgelopen half jaar krimp noteerde in grote meerderheid 80% ook voor het komend half jaar geen groei verwacht.

Actualiteitsvraag

Er wordt binnen de podiumkunsten discussie gevoerd over de wenselijkheid en haalbaarheid van een richtlijn voor een minimumgage. Aan de directies van poppodia is gevraagd hoe wenselijk en haalbaar zij een dergelijke richtlijn vinden.

Een overgrote meerderheid van de poppodia vindt een dergelijke richtlijn (zeer) onwenselijk (78%) en onhaalbaar (79%). Een kleine minderheid vindt hem gematigd wenselijk (12%) en haalbaar (7%).

Bij het non-respons onderzoek werd op deze vraag toegelicht dat zelfs als het wenselijk zou zijn de invoering en handhaving ervan (te) lastig wordt, er toch al (te) veel regelgeving op de podia afkomt en het zonder aanvullende gemeentelijke financiering sowieso niet kan.

Aanvullende opmerkingen vanuit non-respons onderzoek

  • Jongeren in de provincie lijken ‘mobieler’ geworden en gaan vaker naar podia in de grote(re) steden.
  • Iemand noteerde de terugkeer van traditionele instrumenten als accordeon, banjo en contrabas.

Verschillen naar soort, grootte en/of regio

  • Gekeken is of er verschillen bestaan naar grootte of regio. Naar grootte zijn er geen opvallende verschillen en geen daarvan is significant (kleine aantallen respondenten).
  • Naar regio lijken de podia in de vier grote steden over het afgelopen half jaar iets vaker een groei van publiek en programma te noteren en zijn ook de verwachtingen voor het komend half jaar bij de G4 iets positiever dan elders. Maar opnieuw: de verschillen zijn verre van significant.
  • Tussen leden en niet-leden van de VNPF zijn geen verschillen waargenomen.

 Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Populatie

 

CBS – theaters – sbi 90041

239

Hiervan poppodia

Onbekend

Leden VNPF – alleen podia

49

Aanvulling vanuit Adresdata

55

Totaal verzonden adressen – excl dubbellingen

116

Idem als % van CBS populatie

Onbekend

Respons na 3 verzendingen

46

Idem als % van toezending

40%

Hiervan leden VNPF

74%

Hiervan geen lid VNPF

26%

Respons onder leden VNPF

70%

Verdeling naar regio

representatief

Verdeling naar grootte lichte ondervertegenwoordiging

Groot

Non-respons onderzoek uitgevoerd onder

15

Bereikt

11

Checkvragen op bezoek vooruitblik

60 % +

Idem op kwaliteit programma vooruitblik

50 % +

Actualiteitsvraag: meerderheid niet wenselijk/haalbaar

representatief

 

Het aantal bereikte adressen is beperkt, ook omdat niet bekend is hoeveel van de CBS populatie als poppodium aangemerkt kan worden. De respons is relatief hoog (40%) en de lichte ondervertegenwoordiging naar grootte geeft geen aanleiding tot aanvullende weging omdat er geen significante verschillen naar grootte bestaan.

De samenhang tussen negatieve ontwikkelingen over het afgelopen half jaar (minder publiek=minder inkomsten=minder programma= enz) is door het beperkte aantal waarnemingen niet statistisch significant, maar kent een heel sterke correlatie (80% – 100%) en is ook verklaarbaar.

Het non-respons onderzoek (N=15, waarvan 11 bereikt) is naar omvang beperkt, maar stemt geheel overeen met de uitkomsten van de respons.  De uitkomsten zijn daarmee te beoordelen als representatief voor de Poppodia in in Nederland.

[1] Tot nu toe schatten de poppodia de toekomst altijd minder positief in dan ze een half jaar later bij terugkijken rapporteren. Ook in 2015-1 en 2015-2 hebben zij hun eigen verwachtingen overtroffen.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.