Vertrouwen

Poppodia en -festivals 2016-1

Schouwburgen en Concertgebouwen

Vertrouwensindex
+ 14  
+ 24 verwachting

Poppodia en – Festivals 2015-2

  • Overall vertrouwen podia en festivals voor (de eerste helft van) 2016 opnieuw gegroeid, zowel inhoudelijk als bedrijfsmatig
  • (wederom) terugloop van gemeentefinanciering ervaren en verwacht
  • Loopbaanbeleid krijgt nog weinig aandacht

In december 2015 is de tweede halfjaarlijkse Cultuurenquête Poppodia en –Festivals afgenomen. Deze keer onder zowel poppodia als –festivals. Hen is gevraagd of zij over het afgelopen half jaar op twaalf kenmerken groei of krimp hebben ervaren (2015-2) dan wel voor het komend half jaar verwachten (2016-1). 49 poppodia vulden de vragenlijst in en 113 festivals. Van de 52 leden van de VNPF deed maar liefst 70% mee (36). Met elkaar zijn zij representatief voor het totaal. Dit is ook door non-respons onderzoek bevestigd.

De kenmerken betreffen o.a. de omvang van het publiek, inkomsten uit entrees, bijdragen van overheden alsook van sponsors en door giften, omvang en kwaliteit van het programma en uitgaven aan gebouw en personeel. Ook vroegen we naar concurrentiepositie en het popklimaat. Voor het eerst is het nu mogelijk om – naar analogie met de Conjunctuurenquête Nederland van CBS en Kamer van Koophandel het ondernemersvertrouwen van podia en festivals in één index samen te vatten en te vergelijken met de rest van Nederland.

Het ondernemersvertrouwen onder festivals en poppodia is aanzienlijk hoger dan dat van ondernemers in heel Nederland. Bedrijfsmatig (€) komen podia op 17,2 en festivals op 14,3, terwijl dat voor heel Nederland 14,7 bedraagt (COEN zakelijke dienstverlening). De inhoudelijke vertrouwensindex (omvang en kwaliteit programma, popklimaat in het algemeen) is voor beiden zelfs nog hoger (24,8 en 24,9).Ten opzicht van het afgelopen half jaar is de vertrouwensindex vooral voor poppodia aanzienlijk toegenomen (van 9,1 naar 17,2).

Vanwege de sterke seizoens-gebondenheid van podia is gekozen voor een vergelijking met een jaar geleden: voor podia de eerste helft van 2014 en voor festivals hun vorige editie. De vraagstelling luidde: verwacht u voor het komend half jaar – vergeleken met de eerste helft van 2015 – groei/verbetering, krimp/verslechtering of geen verandering…..?

Podia Vooruitblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 7%+43%+ 50%
Inkomsten bezoekers– 7%+39%+ 46%
Inkomsten overheden en fondsen– 21%-2%+19%
Inkomsten sponsoring en giften-11%+13%+24%
Betaalde medewerkers– 13%+4%+17%
Vrijwillige medewerkers-9%+14%+23%
Concurrentiepositie-15%+15%+30%
Live Popklimaat in het algemeen-13%+9%+22%
Vertrouwensindex Pop Bedrijfsmatig+17,2

Leeswijzer: 50% van de poppodia verwacht dat zijn publiek het komend half jaar toeneemt ten opzichte van een jaar geleden (zelfde seizoen).7% verwacht minder bezoek. Per saldo rekent 43% op groei. 43% verwacht geen verandering (100 –50 – 7).

Er zijn per saldo zeer positieve verwachtingen voor het bezoek en de inkomsten uit bezoek. De verwachtingen zijn per saldo negatief voor de inkomsten van overheden en fondsen. Ook over het popklimaat is men weinig optimistisch.

Podia Vooruitblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 11%+24%+ 35%
Kwaliteit totale programma– 5%+41%+46%
Uitgaven gebouw en inrichting– 7%+22%+29%
Uitgaven programma-15%+17%+32%
Live Popklimaat in het algemeen-13%+9%+22%
Vertrouwensindex Pop Inhoudelijk+24,8

Inhoudelijk zijn de poppodia voor het komend half jaar aanzienlijk optimistischer dan bedrijfsmatig. 25% – 46% van de poppodia verwacht verbeteringen op alle kenmerken.

De popfestivals zijn apart ondervraagd. 

Festivals Vooruitblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers-7%+58%+65%
Inkomsten bezoekers– 7%+57%+64%
Inkomsten overheden en fondsen-25%-10%+15%
Inkomsten sponsoring en giften-24%+10%+34%
Betaalde medewerkers-5%+13%+18%
Vrijwillige medewerkers-7%+19%+26%
Concurrentiepositie-5%+32%+36%
Live Popklimaat in het algemeen-9%+12%+21%
Vertrouwensindex Poppodia Bedrijfsmatig+14,3

De verwachtingen van de popfestivals voor 2016-1 zijn eveneens in meerderheid positief. Ten aanzien van de overheidsfinanciering zijn net als bij de podia meer festivals negatief dan positief gestemd. Over de concurrentiepositie zijn festivals aanzienlijk positiever dan podia (saldo + 15 en + 32).

Festivals Vooruitblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 7%+21%+28%
Kwaliteit totale programma-3%+42%+45%
Uitgaven gebouw en inrichting-9%+10%+19%
Uitgaven programma-8%+35%+43%
Live Popklimaat in het algemeen-9%+12%+21%
Vertrouwensindex Poppodia Inhoudelijk+24,9

De verwachting voor het komend half jaar is voor de bijna alle kenmerken – per saldo – sterk positief. Het minst optimistisch zijn poppodia over de verwachte bijdrage van (gemeentelijke) overheden: 20% verwacht vermindering (saldo -2). Aan de uitgavenkant valt op dat podia van plan zijn hun extra inkomsten vooral uit gaan geven aan hun gebouw en inrichting (saldo + 22%) en het programma (saldo 17%), maar veel minder aan extra personeel (saldo + 4%). Op alle kenmerken zijn poppodia optimistischer dan een half jaar geleden. Toen werd de concurrentiepositie (-6%) en het popklimaat (-8%) per saldo nog negatief beoordeeld, terwijl beide kenmerken nu positief scoren.

Maar het ligt genuanceerd

Saldi geven het verschil tussen het % podia/festivals dat groei/verbetering meldt en het % dat krimp/verslechtering rapporteert. Bij een positief saldo is er evenwel toch ook vaak nog een aanzienlijk aantal dat op het betreffende kenmerk verslechtering/krimp verwacht. Voorbeeld: hoewel per saldo positief, verwacht 9% van de podia desalniettemin een vermindering van bezoekersaantallen, idem dito verwacht 15% krimp in het programma. Opvallend is dat podia (en festivals) die negatieve verwachtingen hebben over bezoekersaantallen vaak ook minder vertrouwen op de andere kenmerken. Ook zitten de podia die een negatieve verwachting hebben in alle onderverdeling: groot, klein, oost, of west. Ze behoren niet tot één groep.

De verwachtingen van popfestivals voor het komend (half) jaar zijn vrijwel even hoog gespannen als die van de podia. Nog iets meer positieve verwachtingen ten aanzien van publiek en publieksinkomsten, iets negatiever over de bijdrage van overheden, maar ook bij festivals overheerst optimisme.

In de vorige aflevering van de conjunctuurenquête was er onder poppodia nog een flink aantal dat zich (grote) zorgen maakte over de concurrentie met (muziek)festivals en een toenemende publieksvoorkeur voor grote namen. Daar lijkt nu veel minder sprake van. De verwachtingen m.b.t. zowel de concurrentiepositie als het popklimaat in het algemeen zijn bij zowel podia als festivals per saldo positief.

Terugblik Poppodia 2015-1

De volgende twee grafieken geven weer welke ontwikkelingen poppodia en –festivals over het afgelopen half jaar hebben ervaren (feitelijk). Er is hierbij gecorrigeerd naar seizoensinvloeden door te vragen de ontwikkeling van het tweede half jaar 2015 te vergelijken met de tweede helft van 2014.

Podia Terugblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers-6%+32%+48%
Inkomsten bezoekers– 20%+28%+48%
Inkomsten overheden en fondsen– 22%-14%+8%
Inkomsten sponsoring en giften-12%+2%+14%
Betaalde medewerkers– 16%+4%+20%
Vrijwillige medewerkers-14%+16%+30%
Concurrentiepositie-23%+4%+27%
Live Popklimaat in het algemeen-16%+4%+27%
Vertrouwensindex Poppodia Bedrijfsmatig+9,1

Leeswijzer: 48% van de poppodia noteert groei van zijn publiek over het afgelopen half jaar ten opzichte van een jaar geleden (zelfde seizoen).6% minder. Per saldo meldt 32% groei. 46% noteert geen verandering (100 –48 – 6).

Poppodia registreerden zijn per saldo groei voor het bezoek en de inkomsten uit bezoek, het aantal betaalde en vrijwillige medewerkers. Ook de concurrentiepositie is verbeterd. De verwachtingen zijn per saldo negatief voor de inkomsten van overheden en fondsen. Het live popklimaat is niet echt verbeterd .

Podia Terugblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma– 18%+14%+32%
Kwaliteit totale programma– 7%+36%+43%
Uitgaven gebouw en inrichting-10%+18%+28%
Uitgaven programma-23%+20%+43%
Live Popklimaat in het algemeen-16%+4%+20%
Vertrouwensindex Poppodia Inhoudelijk+18,0

Inhoudelijk hebben de poppodia het afgelopen half jaar aanzienlijk beter gescoord dan bedrijfsmatig. Op alle kenmerken melden zij per saldo verbeteringen.

De popfestivals zijn apart ondervraagd. 

Festivals Terugblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 24%+29%+53%
Inkomsten bezoekers-22%+30%+52%
Inkomsten overheden en fondsen-30%-11%+19%
Inkomsten sponsoring en giften-33%-11%+22%
Betaalde medewerkers-15%+11%+26%
Vrijwillige medewerkers-6%+28%+34%
Concurrentiepositie-13%+25%+38%
Live Popklimaat in het algemeen-17%+9%+26%
Vertrouwensindex Popfestivals Bedrijfsmatig+15,7

De ervaringen over het afgelopen jaar voor 2015-2 zijn eveneens in meerderheid positief. Ten aanzien van de overheidsfinanciering noteren meer festivals krimp dan groei.

Festivals Terugblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Omvang totale programma-3%+25%+28%
Kwaliteit totale programma-5%+56%+61%
Uitgaven gebouw en inrichting-9%+13%+22%
Uitgaven programma-11%+37%+48%
Live Popklimaat in het algemeen-17%+9%+26%
Vertrouwensindex Pop Inhoudelijk+29,8

Leesvoorbeeld: 28% van de popfestivals podia heeft in de tweede helft van 2015 meer programma gebracht. 3% rapporteert een daling. De rest (69%) programmeerde evenveel.

De ervaringen over het afgelopen half jaar zijn voor 10 van de kenmerken in meerderheid positief geweest (vorige editie 6) en voor 2 kenmerken per saldo negatief (vorige editie 6). Dus ook de ervaringen over het afgelopen (half) jaar zijn positiever geweest dan die van een half jaar eerder. Opvallend is dat deze ervaringen zelfs positiever zijn dan de eerder uitgesproken verwachtingen. Men heeft zichzelf dus overtroffen.
Ook hier valt op dat 33% een vermindering van sponsoren/giften noteert en 30% een afname van overheidsbijdragen (saldo van beide -11). Dit is weliswaar beter dan een half jaar geleden, maar nog altijd sterk negatief.

Het ligt ook hier genuanceerd

Ook bij de terugblik op de ervaringen 2015-2 moet de nuance worden aangebracht dat 56% 39% weliswaar groei van de publieksinkomsten registreert (was 39%), maar 26% krimp (was 32%). Dat is een aanzienlijke groep.

De verwachtingen voor 2016-1 vergeleken met de ervaringen over 2015-2

Door de verwachtingen voor het komend half jaar te vergelijken met de ervaringen over het eerste half jaar, geven we de verwachtingen een realistische referentie mee. Dan blijken de poppodia én festivals op vrijwel alle parameters de eerste helft 2016 nog iets positiever in te zien dan zij de tweede helft hebben ervaren. Dat blijkt ook uit de samengestelde vertrouwensindex van podia en festivals, zoals weergegeven aan het begin van deze rapportage.

Actualiteitsvraag: hoe actief is uw organisatie ten aanzien van het loopbaanbeleid van uw medewerkers?

De kracht van de Conjunctuurenquête zit hem in de herhaling: door elk half jaar dezelfde vragen te stellen worden trends zichtbaar.

Daarnaast wordt bij elke aflevering één extra vraag gesteld, waarmee een actueel thema of bijzonder onderwerp kan worden aangesneden.

Loopbaanbeleid is een actueel onderwerp,  vanuit de podia als festivals zelf, maar ook vanuit de rijksoverheid. Er is ook geld voor beschikbaar gesteld. Om die reden leek het een goed idee te vragen naar de mate waarin men op dat gebied actief was. Men kon bij de beantwoording kiezen uit: wij stimuleren dat actief, wij geven medewerkers ruimte om zelf initiatieven te nemen, het ontbreekt ons aan middelen of wij leggen onze prioriteit op ander vlak.

Uit de beantwoording blijkt dat er festivals de minste mogelijkheden zien daar iets mee te doen. 58% ontbreekt het aan middelen of geeft het onderwerp geen prioriteit.

Loopbaanbeleid

FestivalsPoppodia
actief stimuleren7%23%
ruimte geven23%48%
ontbreekt aan middelen26%19%
niet/geen prioriteit36%19%

Poppodia zijn iets actiever: 23% ondersteunt actief en 48% geeft ruimte. De rest (29%) onbreekt het aan middelen of geeft er geen prioriteit aan.

Zijn er verschillen in ervaring en verwachting naar grootte, soort en locatie?

Het zou extra informatie verschaffen als er iets gezegd kon worden over verschillende soorten poppodia en festivals. Hebben grote podia/festivals andere verwachtingen dan kleine, zijn er verschillen tussen de randstad en de andere regio’s? De steekproef is ook in deze aflevering nog niet groot genoeg om na te gaan of dergelijke verschillen inderdaad bestaan.

Verantwoording en non-respons onderzoek

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Aan 196 poppodia is gevraagd mee te doen. Dit betreft zowel leden van de VNPF (52) als niet-leden (144). Na drie herinneringen hebben 57 podia (29%) meegedaan. In de laatste vragen is ook gevraagd naar grootte, locatie en lidmaatschap van de VNPF.

Vergelijking steekproef populatie

Podia 2015-1

Podia 2015-2

Leden VNPF %

Festivals 2015-2

Groot (> 1.000 bezoekers)

4

10

24

20

Middel (400 – 1.000)

46

48

42

36

Klein (<400)

50

42

32

44

Locatie

vier grote steden

19

23

24

19

West Nederland

21

19

28

20

Zuid Nederland

25

27

22

26

Oost Nederland

17

17

14

22

Noord Nederland

17

15

10

n.v.t.

Lidmaatschap VNPF (N=52)

63

73

n.v.t.

n.v.t.

Geen lid van VNPF (N=144)

12

onb.

n.v.t.

n.v.t

Afgezet tegen het lidmaatschap van de VNPF zijn podia in het Westen van het land iets oververtegenwoordigd en de grote podia ondervertegenwoordigd.

Alle andere categorieën stemmen overeen. Er zijn naar grootte en locatie geen verschillen in de uitkomsten.

Non-respons onderzoek

Na sluiting van de termijn is een non-respons onderzoek gehouden onder 10 podia en 10 festivals. Deze 20 is allereerst gevraagd waarom men niet heeft gereageerd. De belangrijkste redenen waren ‘geen tijd’ en ‘over het hoofd gezien’. Non-respons werd een enkele keer veroorzaakt door een negatief oordeel over het nut van het onderzoek. Veel hadden daarentegen graag meegedaan en waren benieuwd naar de uitkomsten. Op twee kenmerken (publieksverwachting en ontwikkeling van het popklimaat) is nagegaan of en in welke mate de non-respons andere verwachtingen had dan degenen die wel geantwoord hebben. Dat blijkt vooralsnog (er zijn er nog een paar te gaan) niet het geval. De respons is daarmee representatief voor de vraagstelling. Ook is de respons vergeleken met de populatie naar locatie (Noord/Oost/Zuid..) en naar grootte. Daaruit bleek dat de respons een ondervertegenwoordiging kent van grote podia (10% versus 24%) en een beperkte oververtegenwoordiging van podia in het westen van het land (28% versus 19%). Deze verschillen hebben geen invloed op de totaaluitkomsten, maar wel op de mate waarin onderverdelingen gemaakt kunnen worden. Dat is nu niet mogelijk.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.