Vertrouwen

Musea 2016-1

Musea 2016-1 geeft het ondernemersvertrouwen van Musea (en erkende kunsthallen) over het eerste halfjaar 2016 en de verwachtingen van musea voor de tweede helft van 2016 op basis van zowel bedrijfsmatige als inhoudelijke kenmerken.

Vertrouwensindex
+ 4,8  
+ 14,0 verwachting

Het ondernemersvertrouwen bij Musea is opnieuw positief. De verwachtingen voor het komend half jaar (2016-2) zijn bedrijfsmatig vrijwel hetzelfde (4,8), maar inhoudelijk iets lager (14,0) dan een half jaar geleden. Het vertrouwen bij Musea is lager dan bij de Kunsten in het algemeen, vooral bedrijfsmatig en ook geringer dan dat van de zakelijke dienstverlening in Nederland (COEN) als geheel. Dat wordt vooral veroorzaakt door vermindering van overheidssubsidie en verslechtering van het museumklimaat in het algemeen.

 

Terugblik Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 19%+26%+ 45%
Inkomsten bezoekers– 20%+22%+ 42%
Inkomsten overheden en fondsen– 17%-11%+ 6%
Inkomsten sponsoring en giften– 17%-3%+ 15%
Aantal betaalde medewerkers-12%+5%+17%
Concurrentiepositie-7%+9%+16%
Museumklimaat-16%-3%+13%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+3,7

Leeswijzer: 45% van de musea realiseerde het afgelopen half jaar een toename van het publiek t.o.v. 2015-2. 19% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 26%. Bij 36% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 45 – 19).

De meeste musea presteerden op vier van de zeven bedrijfsmatige kenmerken in het afgelopen half jaar beter dan een half jaar daarvoor. De inkomsten van overheden en uit sponsoring en giften zijn per saldo vaker teruggelopen dan toegenomen (-11% en -3%). Ook het Museumklimaat vinden de instellingen per saldo verslechterd (-3%).

Terugblik Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie en tentoonstellingen– 5%+33%+ 38%
Aantal bruiklenen– 10%+10%+ 20%
Samenwerking/uitwisseling buitenland– 8%+14%+ 22%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen– 13%+22%+ 35%
Uitgaven gebouw en inrichting– 16%+7%+22%
Bereik kinderen, jongeren in onderwijs– 10%+28%+38%
Omvang collectie-5 %+39 %+44 %
Tentoonstellingsprogramma -10%+25%+35%
Museumklimaat-16%-3%+13%
Vertrouwensindex Inhoudelijk+3,7 

Inhoudelijk presteerde per saldo 10%-39% van alle musea in  het afgelopen half jaar op nagenoeg alle kenmerken beter dan een halfjaar geleden het geval was. De beoordeling van het ‘museumklimaat’ is niettemin per saldo negatief.

 

Vooruitblik Musea Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 15%+28%+ 43%
Inkomsten bezoekers– 13%+25%+ 38%
Inkomsten overheden en fondsen– 17%-10%+ 7%
Inkomsten sponsoring en giften– 13%+3%+ 16%
Aantal betaalde medewerkers-8%+4%+12%
Concurrentiepositie-6%+11%+17%
Museumklimaat-12%-2%+10%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+4,8

De bedrijfsmatige verwachtingen voor 2016-2 zijn vrijwel gelijk aan de terugblik 2016-1. Opnieuw zijn er per saldo (-10%) negatieve verwachtingen t.a.v. de overheidsfinanciering. Ook de verwachting t.a.v. het ‘museumklimaat’ is vaker negatief dan positief (saldo -2%).

Vooruitblik Musea Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie + tentoonstellingen– 5%+31%+ 36%
Aantal bruiklenen– 9%+5%+ 14%
Samenwerking/uitwisseling buitenland– 13%+3%+ 16%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen– 16%+11%+ 27%
Uitgaven gebouw en inrichting– 18%+8%+26%
Bereik kinderen, jongeren in onderwijs– 7%+24%+31%
Omvang collectie-8 %+29 %+37 %
Tentoonstellingsprogramma -9%+16%+25%
Museumklimaat-12%-2%+10%
Vertrouwensindex Inhoudelijk+14,0

De inhoudelijke verwachtingen voor 2016-2 zijn per saldo opnieuw  positief, maar minder dan over het afgelopen half jaar werd gerealiseerd (index 11,8 versus 19,1). Per saldo verwacht 3% tot 31% een toename van omvang en kwaliteit van het programma, het aantal bruiklenen, de onderlinge samenwerking, de omvang van de collectie en het bereik van kinderen. Het ‘museumklimaat’ scoort per saldo -2%.

15% – 20% noteert krimp en verwacht verslechtering

Een meerderheid van de musea noteert groei over het afgelopen half jaar en verwacht ook voor de nabije toekomst groei en verbetering. Dat neemt niet weg dat een substantiële minderheid (15% – 20%) over het afgelopen half jaar krimp registreert, van wie een meerderheid ook voor het komend half jaar weinig groeiverwachtingen heeft. De kenmerken hangen samen: wie minder publieksinkomsten realiseerde, trok ook minder publiek, zag minder sponsors toetreden, en registreerde half zo vaak verbeteringen in de kwaliteit van het aanbod, het aantal bruiklenen, het museumklimaat in het algemeen of het bereik van jongeren. . Het zelfde geldt voor de verwachtingen voor het komend half jaar, die zijn veel minder vaak positief.

Musea die een teruggang in publiek en inkomsten noteren en verwachten hebben in meerderheid wel hun collectie zien groeien en hun tentoonstellingsprogramma uitgebreid en verwachten dat ook het komend half jaar te doen. Deze musea zijn niet gekenmerkt door één soort, grootte of regio, maar zijn er in alle soorten en maten en zitten verspreid over Nederland.

Actualiteitsvraag

Verwacht u een uitstroom van conservatoren en wat doet u daaraan?

%
Nee, dat geldt voor ons eigenlijk niet61%
Ja, maar opvolging zien wij niet als groot probleem13%
Ja, maar we hebben daar nog geen plan/beleid voor ontwikkeld5%
Ja, en wij zijn andere medewerkers aan het (bij)scholen5%
Ja, maar we hebben te weinig middelen om er iets aan te doen.6%
Anders…11%

 

Het probleem van de uitstroom van conservatoren blijkt voor 61% van de musea nog niet acuut. 13% ziet het aankomen, maar beschouwt het niet als probleem en 5% is al doende medewerkers bij te scholen. De overige 11% heeft nog geen plannen of heeft daar geen geld voor. De 11%  ‘anders’ betreft musea met alleen vrijwilligers (13 keer) of museum zonder conservator (te klein). Ten slotte wordt enkele malen aangegeven dat het moeilijk is goede (geschoolde) vrijwilligers te vinden.

Verschillen naar soort, grootte en/of regio

Gekeken is of er verschillen bestaan naar grootte, regio, of soort museum. Die verschillen doen zich voor en zijn een enkele keer significant (s).

Terugblik 2016-1: grootte
Grotere musea realiseerden in het afgelopen half jaar wat vaker een hoger bezoekersaantal, ze gingen vaker samenwerking aan en namen vaker personeel aan dan kleine en middelgrote musea. Maar de verschillen zijn niet significant.

Verwachting 2016-2: grootte
Voor het komend half jaar verwachten grotere musea juist wat minder groei van bezoekersaantallen en inkomsten uit bezoek. Wel voorzien grotere musea vaker een toename van inkomsten uit sponsoring. Ze verwachten meer samen te zullen werken en hun tentoonstellingsprogramma uit te breiden. Maar ook hier zijn de verschillen niet significant.

Terugblik 2016-1: Regio
In Amsterdam rapporteerden musea iets vaker groei van kwaliteit, samenwerking en uitbreiding van de collectie dan in andere regio’s. Tussen de andere regio’s doen zich geen verschillen voor.

Verwachting 2016-2: Regio
In Amsterdam verwachten de musea iets minder vaak bruiklenen uit te wisselen. Ze willen op andere gebieden wel vaker gaan samenwerken.

Verwachtingen 2016-2: soort museum
Musea zijn onderverdeeld naar kunst, geschiedenis, natuur(historie), bedrijf/wetenschap/techniek, volkenkunde en ‘anders’ (Museana). Gekeken is of verschillende soorten musea verschillende uitkomsten geven. Dat verschil blijkt alleen substantieel (soms zelfs significant) voor de verwachtingen 2016-2 tussen kunstmusea en historische musea.
Alle musea verwachten meer groei dan krimp voor het komend half jaar, maar kunstmusea verwachten iets vaker krimp van bezoek (24%) en vermindering van inkomsten daaruit (21%) dan historische musea (9% minder bezoek, 7% minder inkomsten daaruit). Deze verschillen zijn significant. Tegelijk rapporteren en verwachten kunstmusea vaker een toename van samenwerking (42% tegenover 16% van de historische musea). Ook verwachten kunstmusea vaker een groei van de collectie dan historische musea (54% versus 28%). Dat laatste verschil is ook significant.

Kunstmusea rapporteren vaker een verbetering van hun concurrentiepositie (30% versus 14%).
Historische musea zijn vaker klein (65%) dan kunstmusea (30%).
Op de actualiteitsvraag wordt niet verschillend geantwoord.

Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Verantwoording Musea 2016-1
Populatie
CBS – musea799
Museumvereniging leden op naam455
Aanvulling vanuit Museumregister81
Totaal verzonden adressen – excl dubbellingen444
Idem als % van CBS populatie *55
Respons na 3 verzendingen188
Idem als % van toezending40 %
Hiervan leden Museumvereniging *100 %
Verdeling naar regio – zie vergelijking Museana in protocolrepresentatief
Verdeling naar grootte – idemrepresentatief
Verdeling naar soort museum – idemrepresentatief
Non-respons onderzoek uitgevoerd onder15
Bereikt10
Checkvragen op bezoek terugblik60 %+
Idem op omzet terugblik50 %+
Kwaliteit tentoonstellingen omhoog60 %+
Actualiteitsvraagdivers

* De Museumvereniging verzamelt via de ConjunctuurWijzer informatie over geregistreerde musea in Nederland; aanvulling is daarom niet nodig.

Het non-respons onderzoek (N=15, waarvan 11 bereikt) is naar omvang beperkt, maar stemt geheel overeen met de uitkomsten van de respons. De uitkomsten zijn daarmee te beoordelen als representatief voor de Musea in Nederland.

De samenhang tussen vermindering van publieksinkomsten verslechtering op bijna alle andere kenmerken (bezoek, sponsoring, kwaliteit aanbod, samenwerking, museumklimaat, aantal medewerkers en concurrentiepositie) is sterk (50%- 80%), maar door beperkte aantallen niet statistisch significant.

Gemaakte aanvullende opmerkingen:

Voor musea die vooral/uitsluitend werken met vrijwilligers is het erg moeilijk de juiste expertise binnen te halen. Het is bij deze musea hard werken om te overleven.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.