Vertrouwen

Musea 2016-2

ConjunctuurWijzer Musea 2016-2

Vertrouwensindex
+ 8,6  
+ 21,8 verwachting

Musea 2015-2

  • Vertrouwen Musea voor eerste helft 2016 opnieuw groot
  • Vertrouwen betreffende de inhoud groter dan financieel-economisch vertrouwen
  • (opnieuw) terugloop van inkomsten van overheden voorzien
  • Afstoten van delen van eigen collectie wordt in meerderheid zinvol gevonden
  • Geen significante verschillen naar soort museum, regio of grootte

 

Ondernemersvertrouwen Musea 2015-2

2015-22016-1 verwacht
Bedrijfsmatig139
Inhoudelijk2316

 

Musea en presentatie-instellingen (verder ‘musea’ genoemd ) is eind 2015 voor de tweede keer gevraagd of zij op dertien kenmerken over het afgelopen half jaar (2015-2) groei of krimp hebben ervaren/gerealiseerd en wat zij voor het komend half jaar verwachten (2016-1). 198 musea (37%) vulden de vragenlijst in. Zij zijn representatief voor de museumsector. Er is een verdeling gemaakt naar bedrijfsmatige en inhoudelijke kenmerken. Opvallend is dat verwachting die in juni/juli 2015 werd uitgesproken voor de tweede helft van 2015 is overtroffen door de werkelijke ervaring/realisatie. Die is 9 resp.10 punten hoger uitgevallen dan een half jaar geleden werd voorzien. Voor de eerste helft van 2016 is het vertrouwen op beide dimensies (inhoud en bedrijfsmatig) iets lager dan de ervaring/realisatie over het afgelopen half jaar, maar per saldo nog altijd sterk positief, respectievelijk 16 en 9 punten.

 

Terugblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 18%+29%+ 47%
Inkomsten bezoekers– 15%+30%+ 45%
Inkomsten overheden en fondsen– 21%-15%+ 6%
Inkomsten sponsoren en giften– 22%+1%+ 23%
Uitgaven gebouw/inrichting-10%+16%+26%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-10%+15%+25%
Aantal medewerkers-16%+3%+19%
Concurrentiepositie-6%+17%+23%
Museumklimaat-14%+9%+23%

Leeswijzer: 47% van de musea registreert over het tweede half jaar van 2015 een toename van het bezoek t.a.v. 2015-1. 18% noteert terugloop. Per saldo is dat +29%

Opvallend is dat op vrijwel alle kenmerken de feitelijke ervaringen/realisatie over 2015-2 positiever uitvalt dan een half jaar geleden werd voorzien. Men was een half jaar geleden pessimistischer dan nu is uitgekomen.

Terugblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit van het collectie/tentoonstellingen-3%+40%+43%
Aantal bruiklenen-5%+19%+24%
Samenwerking buitenland -10%+8%+18%
Omvang van de collectie-5%+48%+53%
Tentoonstellingsprogramma-9%+14%+23%
Bereik kinderen/jongeren (onderwijs)-13%+20%+33%
Museumklimaat-14%+9%+23%

Musea 2016-1 Vooruitblik

Vooruitblik bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers-15%+22%+37%
Inkomsten bezoekers-15%+18%+33%
Inkomsten overheden en fondsen-20%-13%+7%
Inkomsten sponsoren en giften-15%+5%+20%
Aantal medewerkers-9%-3%+6%
Concurrentiepositie-6%+15%+21%
Museumklimaat-10%+4%+14%

De bedrijfsmatige verwachtingen voor de eerste helft van 2016 zijn positief. Het meest positief zijn musea over de verwachte publieksaantallen en publieksinkomsten. Zij verwachten dat vooral uit te geven aan gebouw en inrichting en veel minder/niet aan personeel. 9% verwacht daar minder aan uit te geven (saldo -3%). Zij zijn onverminderd negatief over de verwachte inkomsten van overheden en fondsen.

 

Vooruitblik inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit van het collectie/tentoonstellingen-8%+30%+38%
Aantal bruiklenen-9%+8%+17%
Samenwerking buitenland -13%+10%+23%
Omvang van de collectie-8%+31%+39%
Tentoonstellingsprogramma-10%+15%+25%
Bereik kinderen/jongeren (onderwijs)-9%+24%+33%
Museumklimaat-10%+4%+14%

Leeswijzer: 38% van de musea verwacht het komend half jaar een verbetering van de kwaliteit van de collectie en/of de tentoonstellingen te realiseren. 8% verwacht een vermindering van de kwaliteit. Per saldo is dus 30% optimistisch gestemd. De rest (54%) voorziet geen verandering.

De positieve verwachtingen richten zich in het bijzonder op de kwaliteit van de collectie/ tentoonstellingen (saldo +30%) en de omvang van de collectie (saldo +31%).

Actualiteit: afstoten eigen collectie zinvol

De actualiteitsvraag voor de Musea luidde voor deze editie:
Het ‘nationale’ kunstbezit groeit elk jaar. Er wordt dan ook al langere tijd gesproken over de wens/noodzaak tot afstoting. In welke mate is die wens/noodzaak op uw museum van toepassing?
Een aanzienlijke meerderheid spreekt zich uit voor afstoting (41%) van delen van de eigen collectie. 18% wil liever uitbreiding. 41% vindt de omvang van zijn collectie precies goed.

Verschillen naar soort, regio of grootte: niet significant

Er is nagegaan in hoeverre musea in hun verwachtingen voor 2016-2 van elkaar verschillen naar soort (kunst, historisch, techniek, enz. ), naar regio (noord/oost/zuid/west/Amsterdam), of naar grootte (zowel naar publieksaantallen als omzet). Op al deze kenmerken zijn de verschillen en de aantallen te klein om significant te zijn.
Opmerkelijk is wel dat de musea die een terugloop van bezoekers verwachten ook op alle andere kenmerken een negatieve verwachting hebben: overheidsfinanciering, sponsoring, kwaliteit van de collectie en tentoonstellingen, onderlinge uitwisseling en bereik van jongeren. Musea met een negatieve verwachting (en met een negatieve realisatie over 2015-2) zitten verdeeld over alle categorieën, regio’s en grootteklassen.

Verantwoording en non-respons onderzoek

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Een aantal kenmerken – omzet, inkomsten, personeel – is ontleend aan de Conjunctuurenquête Nederland om daarmee ook een vergelijking te kunnen maken (zie aparte pagina).Daarnaast wordt in overleg met de directie van de Museum Vereniging (MV) een aantal kenmerken opgenomen die zijn toegesneden op de eigen sector, zoals kwaliteit en omvang van de collectie en van het  tentoonstellingsprogramma, bruiklenen en samenwerking. De vraagstelling is bij elk kenmerk steeds dezelfde: was/ wordt het beter/meer, of blijft het hetzelfde, of was/wordt het minder/slechter. Er wordt gevraagd naar de ervaringen over het afgelopen half jaar én naar de verwachtingen voor het komend half jaar. Verder kent elke aflevering een afwisselende aan de actualiteit ontleende vraag.

De onderzoekspopulatie bestaat uit alle leden van de MV (460), aangevuld met musea en presentatie-instellingen die in het nationaal Museumregister zijn vermeld, maar geen lid zijn (78). In totaal werd de vragenlijst toegezonden aan 538 (directies van) musea en presentatie-instellingen. Voor de eigen leden beschikt de MV over adressen op naam van de directie, bij de overige instellingen waren het vaker ‘info’ adressen. Na drie herinneringen hebben 198 directies (37%) meegedaan. Dat is een relatief hoge score, die erop wijst dat de vraagstelling gewaardeerd werd. Ook de simpele beantwoording – invulling kostte minder dan 2 minuten – heeft aan de respons bijgedragen.

Non-respons onderzoek

Na sluiting van de termijn is telefonisch dan wel per mail een non-respons onderzoek gehouden onder 15 musea. Aan deze musea is gevraagd waarom men niet heeft geantwoord. De belangrijkste redenen waren ‘niet bij mij terecht gekomen’ en ‘heb het alsnog gedaan’ . Eén gaf aan ‘geen prioriteit’ te geven aan het onderzoek en één had problemen met het weglaten van antwoorden. Op één na (geen prioriteit) was de non-respons dus niet veroorzaakt door een negatief oordeel over het nut van het onderzoek. Integendeel, men was zeer genegen alsnog antwoord te geven. Op drie kenmerken (publieksverwachting, omvang tentoonstellingsprogramma en het onderwerp ‘afstoting’) is vervolgens nagegaan of en in welke mate de non-respons andere verwachtingen had dan degenen die wel geantwoord hebben. Dat bleek niet het geval. De respons is daarmee representatief voor de vraagstelling.

Ook is de respons vergeleken met de populatie op regio (Noord/Oost/Zuid), soort en grootte. Daaruit bleek dat de respons een lichte ondervertegenwoordiging telt van historische musea, evenals bij musea uit het westen van het land inclusief Amsterdam. Dat was bij de vorige editie ook het geval. De categorie ‘overig’ komt in Museana niet voor. Deze onder/oververtegenwoordiging heeft geen invloed op de totaaluitkomsten. Wel is hierdoor de mogelijkheid tot differentiatie van de uitkomsten naar soort museum beperkt.

De respons over 2015-2 komt overeen met die van 2015-1.

Tabel 1 Vergelijking respons / non-respons op een aantal objectieve kenmerken

 

parameters in %

Respons 2015-1

respons 2015-2

populatie = NMV + register

N

199

201

538

als %

38

38

100

Naar grootte museum

> 100.000 bezoekers

20

16

geen opgave

50.000 – 100.000 bezoekers

14

14

geen opgave

< 50.000 bezoekers

66

77

geen opgave

> 3,2 miljoen omzet

16

15

geen opgave

€ 400.000,- / € 3,2 miljoen

32

31

geen opgave

< € 400.000,-

52

54

geen opgave

Naar soort museum

kunst

20

17

17

geschiedenis

37

40

66

Natuurhistorie

7

7

7

Bedrijf/techniek

10

10

10

Volkenkunde

2

3

1

anders

25

23

0

Naar regio

Noord

28

22

15

Oost

16

15

19

Zuid

28

27

20

West

35

31

35

Amsterdam

3

5

bij west

Lid Museumvereniging

96

96

89

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.