Vertrouwen

Musea 2017-1

De vertrouwensindex voor Musea 1017-1 is positief (+8), en de verwachting voor de tweede helft van 2017 is dat deze nog licht verbetert (+10).

Vertrouwensindex
+ 8  
+ 10 verwachting

Het ondernemersvertrouwen onder musea is daarmee precies even groot als het ondernemersvertrouwen gemiddeld in Nederland (+8), maar wel iets lager dan van de andere culturele sectoren Poppodia (+17) en Schouwburgen en Concertgebouwen (+18). De reden daarvan is dat veel musea het afgelopen half jaar hun overheidsfinanciering zagen verminderen en dat ook voor de tweede helft van dit jaar verwachten. De meeste musea constateren dat het maatschappelijk en politiek draagvlak in de eigen gemeente de afgelopen tijd gelijk bleef of toenam (42%) en een overgrote meerderheid verwacht dat dit draagvlak door de verkiezingen in 2018 niet zal veranderen. Als het gaat om het vergroten van het draagvlak zien musea het meeste heil in het nauwer aanhalen van de banden met de bevolking en samenwerking met lokale ondernemers, scholen en instellingen.

 

het maatschappelijk en politiek draagvlak voor ons museum

in de eigen gemeente is de afgelopen tijd…. in %

sterk

afgenomen

iets

afgenomen

gelijk

gebleven

iets

toegenomen

sterk

toegenomen

onder de bevolking1350425
bij de politiek3846367

 

Het draagvlak bij publiek en politiek is de afgelopen tijd bij de meest musea toegenomen (42% en 36%) of gelijk gebleven (50% en 46%). Slechts een paar (1%-3%) musea noteren een afname van het draagvlak.

 

het politiek draagvlak voor ons museum ..in %sterk afnemenafnemengelijk blijventoenemensterk toenemen
zal na de verkiezingen in 20181350425

 

Ook na de verkiezingen in 2018 verwachten musea dat het politieke draagvlak hetzelfde blijft of zal toenemen.

 

Waarmee denk je het draagvlak te kunnen vergroten ?helpt ietshelpt zekerhelpt veel
het gemeentebestuur uitnodigen voor een museale stage57376
de bevolking meer betrekken bij het museum185626
samenwerken met lokale ondernemers, scholen en instellingen136126
deelnemen aan inspraakavonden64333
een publiek debat organiseren in het museum60373
het sturen van informatie aan politieke partijen48457
een petitie starten87121
deelnemen aan de Nationale Museumweek56377

 

Duidelijk is dat de meeste musea vooral baat denken te hebben van een nauwere band met de bevolking en meer samenwerking met bedrijfsleven, onderwijs en andere instellingen binnen de gemeente. De meer ‘traditonele’ lobbyinstrumenten zoals inspraakavonden, het organiseren van een publiek debat, een petitie, of het sturen van informatie helpt volgens de meeste musea het minst.

Terugblik 2017-1

Er is de musea gevraagd hoe zij terugkijken op het afgelopen half jaar. Dit betreft feitelijke waarnemingen.

Terugblik 2017-1

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 22%+17%+39%
Inkomsten bezoekers– 20%+17%+38%
Inkomsten overheden en fondsen-18%-5%+13%
Inkomsten sponsoring en giften– 15%+3%+18%
Aantal medewerkers-11%+11%+22%
Concurrentiepositie-8%+9%+16%
Museumklimaat-8%+8%+16%
Vertrouwensindex+8

Leeswijzer: 39% van de musea realiseerde het afgelopen half jaar een toename van het publiek t.o.v. 2016-2. 22% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 17%. Bij 39% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 39 – 22).

De vertrouwensindex is vergelijkbaar met 2016-2 (+9), zij het iets lager dan men een half jaar geleden verwachtte (+12). Tegelijk noteert ca. 1/5 van alle musea over het afgelopen half jaar krimp. Ook noteert 18% van de musea een afname van de bijdrage van overheden (saldo -5). Inkomsten uit sponsoring en giften zijn per saldo ongeveer even vaak toe – als afgenomen (+4%). De concurrentiepositie en het museumklimaat  in het algemeen vinden de musea per saldo licht positief (+8%/+9%).

Terugblik 2017-1 Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie en tentoonstellingen– 4%+34%+38%
Aantal bruiklenen-7%+8%+15%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-11%+5%+17%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-11%+8%+19%
Uitgaven gebouw en inrichting-12%+18%+30%
Museumklimaat in het algemeen-8%+8%+16%
Bereik kinderen, jongeren in onderwijs-11 %+18 %+29 %
Omvang van de collectie -6%+35%+41%
Tentoonstellingsprogramma-13%+10%+23%

Inhoudelijk realiseerden meer musea per saldo verbeteringen en groei.  38% noteert een verbetering van de kwaliteit van tentoonstellingen (saldo +34) en 30% heeft geïnvesteerd in gebouw en inrichting (saldo +18). Ook de collectie is bij bijna de helft gegroeid (+41%), een kwart noteert een toename van het tentoonstellingsprogramma (+23%). Deze groei vindt nu al 2 jaar lang gestaag plaats.

Verwachtingen 2017-2

Verwachtingen Musea 2017-2  Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 5%+40%+45%
Inkomsten bezoekers-7%+32%+39%
Inkomsten overheden en fondsen-12%-4%+8%
Inkomsten sponsoring en giften-12%+4%+16%
Aantal medewerkers-8%+4%+12%
Concurrentiepositie-2%+18%+21%
Museumklimaat-4%+5%+9%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+10

De bedrijfsmatige vertrouwensindex 2017-2 (+10) is vergelijkbaar met die van de terugblik 2017-1 (+8). De negatieve verwachtingen over de overheidsfinanciering (12% verwacht krimp) nemen opnieuw iets af, maar blijven per saldo negatief (12% verwacht krimp, saldo – 4%). Een groot deel (39% – 45%) verwacht ook het komend half jaar meer bezoekers en meer inkomsten uit bezoekers.

Verwachtingen Musea 2017-2 Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie + tentoonstellingen-3%+32%+35%
Aantal bruiklenen-3%+11%+15%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-8%+8%+16%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-6%+18%+24%
Uitgaven gebouw en inrichting-9%+22%+31%
Museumklimaat in het algemeen-4%+5%+9%
Bereik van kinderen, jongeren onderwijs-5 %+26 %+32 %
Omvang van de collectie -7%+29%+36%
Tentoonstellingsprogramma-5%+19%+24%

De inhoudelijke verwachtingen voor 2017-2 zijn per saldo wederom – zeer – positief. Men verwacht op veel vlakken verbeteringen te realiseren. De kwaliteit en omvang van de collectie en tentoonstellingen zal bij 35%/36% toenemen (24% investeert daar ook in), een aanzienlijk deel investeert ook in gebouw en inrichting (31%) en 32% verwacht het komend half jaar meer kinderen en jongeren te bereiken. Het ‘museumklimaat’ scoort per saldo +5% (was eerder +12% en daarvoor -2%).

5%- 10% noteert krimp maar dat worden er steeds minder

Waar een grote meerderheid van de musea groei over het afgelopen half jaar noteert en dat ook verwacht voor de nabije toekomst, is er een kleine groep musea (5% – 10%) die krimp registreert. Dat aantal is minder geworden (vorige aflevering was het nog 15% – 25%). De kenmerken hangen samen: wie minder publieksinkomsten realiseerde, trok ook minder publiek, zag minder sponsors toetreden, en registreerde half zo vaak verbeteringen in de kwaliteit van het aanbod, het aantal bruiklenen, het museumklimaat in het algemeen of het bereik van jongeren.

De krimpmusea zijn niet gekenmerkt door één soort, grootte of regio, maar zijn er in alle soorten en maten en zitten verspreid over Nederland.

 Verschillen naar soort, grootte en/of regio

Gekeken is of er verschillen bestaan naar grootte, regio, of soort museum. Die verschillen doen zich voor, maar zijn nergens significant (s).

Grootte
Grotere musea zitten vaker in Amsterdam, verwachten minder krimp van overheidsbijdragen, werken vaker en op meer gebieden samen, dan kleine en middelgrote musea. Maar de verschillen zijn niet significant. De grote musea hebben over 2016-2 vaker hun tentoonstellingsprogramma beperkt (32%), maar alle musea verwachten daar voor 2017-1 groei in.

Kleine musea registreerden over 2016-2 vaker een terugloop in het aantal bruiklenen en werken minder samen. Kleine musea zijn vaker een historisch en minder vaak een kunstmuseum.

Regio
Er doen zich geen noemenswaardige verschillen naar regio voor. De grote musea zitten vaker in Amsterdam.

Soort museum
Musea zijn onderverdeeld naar kunst, geschiedenis, natuur(historie), bedrijf/wetenschap/techniek, volkenkunde en ‘anders’ (Museana). Gekeken is of verschillende soorten musea verschillende uitkomsten geven.
Er blijkt alleen een (niet significant) verschil op te treden op het onderwerp bruiklenen en uitwisseling met buitenlandse musea. Daarbij noteren kunstmusea vaker groei dan andere soorten musea.
Op de actualiteitsvraag wordt niet verschillend geantwoord.

Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Verantwoording Musea 2016-1
Populatie
CBS – musea799
Museumvereniging leden op naam438
Aanvulling ‘gelieerde instellingen’ (is niet hetzelfde als register)29
Totaal verzonden adressen – excl dubbellingen467
Idem als % van CBS populatie *58%
Respons na 3 verzendingen (was 178)197
Idem als % van toezending43 %
Hiervan leden Museumvereniging *100 %
Verdeling naar regio – zie vergelijking Museana in protocolrepresentatief
Verdeling naar grootte – idemrepresentatief
Verdeling naar soort museum – idemrepresentatief
Non-respons onderzoek uitgevoerd: deze aflevering niet uitgevoerd. Dat vindt eens per 2 jaar plaats. 2018 volgende non respons. n.v.t.

* De Museumvereniging verzamelt via de ConjunctuurWijzer informatie over geregistreerde musea in Nederland; aanvulling is daarom niet nodig.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.