Vertrouwen

Musea Musea 2016-2

Het ondernemersvertrouwen bij Musea is opnieuw positief. Bedrijfsmatig zijn de verwachtingen voor het komend half jaar (2017-1) gestegen tot +12 en inhoudelijk is de index met +21 nog positiever.  Musea hebben meer vertrouwen dan het Nederlandse bedrijfsleven (8,3 zakelijke dienstverlening) in het algemeen, maar de overheidsfinanciering staat nog steeds onder druk. Een kwart ervaart en verwacht een afname. Driekwart van de musea werkt onderling samen vooral ten behoeve van tentoonstellingen en educatieve projecten. Zij verwachten dat deze samenwerking in 2017 zal intensiveren.

Vertrouwensindex
+ 12  
+ 21 verwachting

Vooruitblik 2017-1

Vooruitblik 2017-1 Musea Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 10%+24%+34%
Inkomsten bezoekers-11%+20%+31%
Inkomsten overheden en fondsen-16%-3%+13%
Inkomsten sponsoring en giften-10%+16%+26%
Aantal betaalde medewerkers-5%+12%+17%
Concurrentiepositie-1%+21%+23%
Museumklimaat-6%+6%+12%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+12

De bedrijfsmatige verwachtingen voor 2017-1  (index 12) zijn vergelijkbaar met de de terugblik 2016-2 (16). De negatieve verwachtingen over de overheidsfinanciering (16% verwacht krimp) zijn iets minder dan de ervaringen over het afgelopen half jaar (25%). De verwachting t.a.v. het ‘museumklimaat’ is iets gestegen tot licht positief (saldo +6%).

Vooruitblik 2017-1 Musea Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie + tentoonstellingen-3%+38%+42%
Aantal bruiklenen-8%+5%+13%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-9%+9%+18%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-8%+25%+32%
Uitgaven gebouw en inrichting-6%+31%+37%
Museumklimaat in het algemeen-5%+12%+17%
Bereik van kinderen, jongeren onderwijs-1 %+21 %+23 %
Omvang van de collectie -7%+31%+38%
Tentoonstellingsprogramma-9%+19%+28%
Vertrouwensindex Inhoudelijk+21

De inhoudelijke verwachtingen voor 2017-1 zijn per saldo opnieuw – zeer – positief. Men verwacht opnieuw op veel vlakken verbeteringen te realiseren. ca. 30% verwacht te investeren in gebouw en inrichting en in kwaliteit en omvang van tentoonstellingen. Ook het aantal musea dat denkt te groeien in het aantal bruiklenen, de onderlinge samenwerking en het bereik van kinderen en jongeren is per saldo positief. Het ‘museumklimaat’ scoort per saldo +12% (was eerder -2%).

Actualiteitsvraag: Samenwerking

Samenwerking is een centraal beleidsthema van de Museumvereniging. Daarom is gevraagd of samenwerking van 2016 op 2017 toe- of afneemt en op welke gebieden samenwerking wordt aangegaan.

Vormen van samenwerking

20162017
Projectmatig72%79%
Shared Services12%17%
Fusie1%5%
Geen van deze25%17%

Musea werken in grote meerderheid samen en die samenwerking neemt toe. Deze samenwerking is het vaakst projectmatig, maar ook meer ingrijpende vormen van samenwerking als het opzetten van gezamenlijke dienstverlening en zelfs fusie komen steeds vaker voor.

Op welke terreinen wordt samengewerkt?

%
Collectiebeheer25%
tentoonstellingen65%
educatie56%
wetenschap23%
digitalisering26%
bedrijfsvoering25%
geen van dezen/niet van toepassing15%

Samenwerking doet het zich vaakst voor bij tentoonstellingen (65%) en educatie (56%). Op andere terreinen wordt door een kwart van de musea samengewerkt.

Terugblik 2016-1

Er is de musea ook gevraagd hoe zij terugkijken op het afgelopen half jaar. Die terugblik betreft daadwerkelijke ervaringen. Dat bevordert het realisme waarmee ook de vragen naar de nabije toekomst worden beantwoord.

Terugblik 2016-2 Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 25%+12%+37%
Inkomsten bezoekers– 21%+20%+41%
Inkomsten overheden en fondsen– 14%-4%+10%
Inkomsten sponsoring en giften– 17%+7%+24%
Aantal betaalde medewerkers-8%+17%+26%
Concurrentiepositie-7%+11%+17%
Museumklimaat-10%+2%+11%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+9

Leeswijzer: 61% van de musea realiseerde het afgelopen half jaar een toename van het publiek t.o.v. 2016-1. 40% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 21%. Bij 36% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 45 – 19).

De bedrijfsmatige index is per saldo vergelijkbaar met 2015 en komt overeen met wat men een half jaar geleden verwachtte. Tegelijk noteert een aanzienlijke minderheid van musea over het afgelopen half jaar krimpt.  Ook noteert 14% van de musea een afname van de bijdrage van overheden. Wel zijn voor het eerst in twee jaar de inkomsten uit sponsoring en giften per saldo vaker toegenomen. (+7%). Ook het Museumklimaat vinden de instellingen per saldo voor het eerst nipt positief (+2%).

Terugblik 2016-2 Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie en tentoonstellingen– 6%+25%+31%
Aantal bruiklenen-11%+2%+12%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-11%+5%+16%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-10%+18%+28%
Uitgaven gebouw en inrichting-9%+25%+34%
Museumklimaat in het algemeen-10%+2%+11%
Bereik kinderen, jongeren in onderwijs-10 %+21 %+31 %
Omvang van de collectie -4%+52%+56%
Tentoonstellingsprogramma-14%+3%+17%
Vertrouwensindex Inhoudelijk+17

Inhoudelijk presteerden per saldo veel musea over het afgelopen half jaar iets beter dan zij een halfjaar geleden voorzagen. Zo noteert 34% investeringen in gebouw en inrichting, terwijl eerder slechts een kwart dat van plan was. Ook collecties zijn aanzienlijk vaker uitgebreid (56%) dan een half jaar gelden werd voorzien (37%).

20%- 25% noteert krimp maar verwacht verbetering voor 2017-1

Een meerderheid van de musea noteert groei over het afgelopen half jaar en verwacht dat ook voor de nabije toekomst. Dat neemt niet weg dat een substantiële minderheid (20%-25%) over het afgelopen half jaar krimp registreert. Dat zijn er meer dan in eerdere afleveringen van de ConjunctuurWijzer Musea. De helft ervan verwacht voor het komend half jaar evenwel stabilisatie of groei. De kenmerken hangen samen: wie minder publieksinkomsten realiseerde, trok ook minder publiek, zag minder sponsors toetreden, en registreerde half zo vaak verbeteringen in de kwaliteit van het aanbod, het aantal bruiklenen, het museumklimaat in het algemeen of het bereik van jongeren.

Musea die een teruggang in publiek en inkomsten noteren en verwachten hebben in meerderheid wel hun collectie zien groeien en hun tentoonstellingsprogramma uitgebreid en verwachten dat ook het komend half jaar te doen. Deze musea zijn niet gekenmerkt door één soort, grootte of regio, maar zijn er in alle soorten en maten en zitten verspreid over Nederland.

Verschillen naar soort, grootte en/of regio

Gekeken is of er verschillen bestaan naar grootte, regio, of soort museum. Die verschillen doen zich voor, maar zijn nergens significant (s).

Grootte
Grotere musea zitten vaker in Amsterdam, verwachten minder krimp van overheidsbijdragen, werken vaker en op meer gebieden samen, dan kleine en middelgrote musea. Maar de verschillen zijn niet significant. De grote musea hebben over 2016-2 vaker hun tentoonstellingsprogramma beperkt (32%), maar alle musea verwachten daar voor 2017-1 groei in.

Kleine musea registreerden over 2016-2 vaker een terugloop in het aantal bruiklenen en werken minder samen. Kleine musea zijn vaker een historisch en minder vaak een kunstmuseum.

Regio
Er doen zich geen noemenswaardige verschillen naar regio voor. De grote musea zitten vaker in Amsterdam.

Soort museum
Musea zijn onderverdeeld naar kunst, geschiedenis, natuur(historie), bedrijf/wetenschap/techniek, volkenkunde en ‘anders’ (Museana). Gekeken is of verschillende soorten musea verschillende uitkomsten geven.
Er blijkt alleen een (niet significant) verschil op te treden op het onderwerp bruiklenen en uitwisseling met buitenlandse musea. Daarbij noteren kunstmusea vaker groei dan andere soorten musea.
Op de actualiteitsvraag wordt niet verschillend geantwoord.

Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Verantwoording Musea 2016-1
Populatie
CBS – musea799
Museumvereniging leden op naam441
Aanvulling vanuit Museumregister65
Totaal verzonden adressen – excl dubbellingen526
Idem als % van CBS populatie *65
Respons na 3 verzendingen178
Idem als % van toezending35 %
Hiervan leden Museumvereniging *97 %
Verdeling naar regio – zie vergelijking Museana in protocolrepresentatief
Verdeling naar grootte – idemrepresentatief
Verdeling naar soort museum – idemrepresentatief
Non-respons onderzoek uitgevoerd onder15
Bereikt12
Checkvragen op bezoek terugblik60 %+
Idem op omzet terugblik50 %+
Kwaliteit tentoonstellingen omhoog60 %+
Actualiteitsvraagdivers

* De Museumvereniging verzamelt via de ConjunctuurWijzer informatie over geregistreerde musea in Nederland; aanvulling is daarom niet nodig.

Het non-respons onderzoek (N=15, waarvan 12 bereikt) is naar omvang beperkt, maar stemt geheel overeen met de uitkomsten van de respons. De uitkomsten zijn daarmee te beoordelen als representatief voor de Musea in Nederland.

De samenhang tussen vermindering van publieksinkomsten verslechtering op bijna alle andere kenmerken (bezoek, sponsoring, kwaliteit aanbod, samenwerking, museumklimaat, aantal medewerkers en concurrentiepositie) is sterk (50%- 80%), maar door beperkte aantallen niet statistisch significant.

Gemaakte aanvullende opmerkingen:

Ook deze keer is opgemerkt dat het erg moeilijk is de juiste expertise binnen te halen. Het is bij deze musea hard werken om te overleven.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.