Vertrouwen

Musea 2017-2

De vertrouwensindex voor Musea 2017-2 is toegenomen tot +14 en de verwachting voor de eerste helft van 2018 is dat deze nog verbetert (+18).

Vertrouwensindex
+ 14  
+ 18 verwachting

Het ondernemersvertrouwen onder musea is met + 14 iets lager dan het gemiddelde ondernemersvertrouwen in de zakelijke dienstverlening in Nederland (+17). Bij veel musea stegen het afgelopen half jaar de publieksinkomsten (saldo +34) en voor het eerst in 3 jaar is het aantal musea dat de overheidsbijdrage ziet stijgen even groot als het aantal dat het ziet dalen (14%). Vinden musea dat zij een realistische spiegeling van de samenleving vormen? Als het gaat om sexe, welstand en leeftijd vindt een grote meerderheid (72% – 83%) dat zij daar redelijk tot goed in slagen, maar cultureel/etnisch is men veel minder tevreden. 55% vindt van zichzelf dat men op dat vlak matig tot slecht presteert. In meerderheid (55% – 61%) vinden musea dat zij ten aanzien van de culturele diversiteit nog veel moeten doen aan publieksbereik, de personele samenstelling en het betrekken van partners bij het museum. Wat het programma betreft vindt 55% dat zij dat redelijk tot goed op orde zijn. Voor een korte samenvatting (handout) van de uitkomsten klik hier.

Actualiteitsthema: diversiteit

In hoeverre is er in uw museum sprake van een realistische afspiegeling van de samenleving? slecht   matig  redelijk   goed  
Cultureel / etnisch16393016
Sexe / gender6103152
Sociaal/economisch3115234
Leeftijd (alle leeftijdsgroepen)3243735

 

Het minst tevreden zijn musea over de cultureel/etnische afspiegeling (39% matig en 16% slecht). Op de andere kenmerken vindt een meerderheid dat zij daar goed in slagen.

 

Culturele Diversiteit is een aandachtspunt. Op welke terreinen verwachten musea dit te verbeteren?  staat in kinderschoenenverdient extra aandacht Redelijk op   orde Ver ge-  vorderd 
Programma16294114
Personeel1936387
Publieksbereik1243378
Partners1645336

 

Qua personeel, publieksbereik en partners vindt een (grote) meerderheid van de musea dat het beleid hier nog in de kinderschoenen staat of op zijn minst extra aandacht verdient. Het meest tevreden is men over de diversiteit van het programma. 41% vindt dat die redelijk op orde is, 14% is daarmee vergevorderd.

Vooruitblik 2018-1

Vooruitblik Musea 2018-1 Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoeken-9%+32%+41%
Inkomsten bezoeken-9%+33%+42%
Inkomsten overheden en fondsen-14%+1%+15%
Inkomsten sponsoring en giften-9%+20%+29%
Aantal medewerkers-6%+16%+22%
Concurrentiepositie-4%+20%+24%
Museumklimaat-5%+18%+23%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+18

De bedrijfsmatige vertrouwensindex 2018-1 (+18) is iets hoger dan die van de terugblik 2017-1 (+14) en aanzienlijk hoger dan de verwachtingen een half jaar geleden (+10). De negatieve verwachtingen over de overheidsfinanciering zijn per saldo nipt positief (+1%). Een aanzienlijk deel (41% – 42%) verwacht ook het komend half jaar meer bezoeken en meer inkomsten uit bezoekers. De eigen concurrentiepositie wordt positief beoordeeld (saldo + 18%).

Vooruitblik Musea 2018-1 Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie + tentoonstellingen-4%+42%+46%
Aantal bruiklenen-11%+4%+15%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-15%+4%+19%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-11%+28%+39%
Uitgaven gebouw en inrichting-12%+28%+40%
Bereik van kinderen, jongeren onderwijs-4 %+41 %+45 %
Omvang van de collectie -10%+33%+43%
Tentoonstellingsprogramma-10%+14%+24%

De inhoudelijke verwachtingen voor 2018-1 zijn per saldo opnieuw – zeer – positief. Men verwacht op veel vlakken verbeteringen te realiseren. De kwaliteit en omvang van de collectie zal bij 43% toenemen (28% investeert daar ook in), een aanzienlijk deel investeert ook in gebouw en inrichting (28%) en 45% verwacht het komend half jaar meer kinderen en jongeren te bereiken. Het aantal bruiklenen en uitwisseling met het buitenland blijft per saldo nagenoeg gelijk (+4%).

Terugblik 2017-2

Er is de musea gevraagd hoe zij terugkijken op het afgelopen half jaar. Dit betreft feitelijke waarnemingen.

Terugblik 2017-2

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 14%+34%+48%
Inkomsten bezoekers– 13%+34%+47%
Inkomsten overheden en fondsen-14%+1%+15%
Inkomsten sponsoring en giften-15%+3%+18%
Aantal medewerkers-9%+12%+21%
Concurrentiepositie-4%+12%+16%
Museumklimaat-5%+14%+19%
Vertrouwensindex+14

Leeswijzer: 39% van de musea realiseerde het afgelopen half jaar een toename van het publiek t.o.v. 2016-2. 22% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 17%. Bij 39% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 39 – 22).

De vertrouwensindex over het afgelopen half jaar is hoger dan die van een half jaar geleden (+14 versus +8). Het aantal musea dat krimp noteert is afgenomen tot ca. 15% (was 20%). De bijdrage van overheden en fondsen is voor het eerst in 3 jaar per saldo nipt positief (+1). De concurrentiepositie en het museumklimaat  in het algemeen vinden de musea gestegen (per saldo 12% en 14% positief).

Terugblik 2017-2 Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie en tentoonstellingen– 4%+35%+39%
Aantal bruiklenen-6%+11%+17%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-16%-3%+13%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-9%+17%+26%
Uitgaven gebouw en inrichting-11%+18%+29%
Bereik kinderen, jongeren in onderwijs-5 %+33 %+38 %
Omvang van de collectie -6%+44%+50%
Tentoonstellingsprogramma-11%+20%+31%

Inhoudelijk realiseerden meer musea per saldo verbeteringen en groei.  39% noteert een verbetering van de kwaliteit van de collectie en tentoonstellingen (saldo +35) en 29% heeft geïnvesteerd in gebouw en inrichting (saldo +18). Ook de omvang van de collectie is bij de helft toegenomen (+50%), een derde (31%) noteert ook een toename van het tentoonstellingsprogramma. Deze groei vindt nu al 3 jaar lang gestaag plaats. Uitwisseling met het buitenland is iets vaker verminderd (-16%) dan toegenomen (+13%).

 5%- 10% noteert krimp maar dat worden er steeds minder

Waar een grote meerderheid van de musea groei over het afgelopen half jaar noteert en dat ook verwacht voor de nabije toekomst, is er een kleine groep musea (5% – 10%) die krimp registreert. Dat aantal is ongeveer even groot als een half jaar geleden. De kenmerken hangen samen: wie minder publieksinkomsten realiseerde, trok ook minder publiek, zag minder sponsors toetreden, en registreerde half zo vaak verbeteringen in de kwaliteit van het aanbod, het aantal bruiklenen, het museumklimaat in het algemeen of het bereik van jongeren.

De krimpmusea zijn niet gekenmerkt door één soort, grootte of regio, maar zijn er in alle soorten en maten en zitten verspreid over Nederland.

Gebruik van de ConjunctuurWijzer

De museumvereniging doet nu 3 jaar mee aan de ConjunctuurWijzer. Wat doen de leden van de vereniging met de uitkomsten?

Wat doen Musea met de uitkomsten van de Conjunctuurwijzer? vaak  soms  zelden/nooit
Ik lees de uitkomsten ter kennisneming51427
Ik spiegel mijn eigen terugblik/verwachtingen aan die van collega’s285517
Ik gebruik de uitkomsten om mijn beleid/plannen aan te scherpen265322
De resultaten zet ik in voor lobby en PR165925

 

Musea gebruiken de ConjunctuurWijzer voor alle voorgelegde doeleinden, maar het vaakst ter kennisneming (93% vaak/soms). Ook het spiegelen van de eigen beleidsplannen aan die van collega’s en/of het aanscherpen van eigen plannen wordt vaak (28%) of soms (55%) gedaan. Lobby en PR worden het minst vaak genoemd (16% vaak en 59% soms).

Verschillen naar soort, grootte en/of regio

Gekeken is of er verschillen bestaan naar grootte, regio, of soort museum. Die verschillen doen zich voor, maar zijn nergens significant (s).

Grootte
Grotere musea zitten vaker in Amsterdam, verwachten minder krimp van overheidsbijdragen, werken vaker en op meer gebieden samen, dan kleine en middelgrote musea. Maar de verschillen zijn niet significant.

Kleine musea registreerden over 2017-2 vaker een terugloop in het aantal bruiklenen en werken minder samen. Kleine musea zijn vaker een historisch en minder vaak een kunstmuseum.

Regio
Er doen zich geen noemenswaardige verschillen naar regio voor. De grote musea zitten – naar verwachting – vaker in Amsterdam.

Soort museum
Musea zijn onderverdeeld naar kunst, geschiedenis, natuur(historie), bedrijf/wetenschap/techniek, volkenkunde en ‘anders’ (Museana). Gekeken is of verschillende soorten musea verschillende uitkomsten geven.
Er blijkt alleen een (niet significant) verschil op te treden op het onderwerp bruiklenen en uitwisseling met buitenlandse musea. Daarbij noteren kunstmusea vaker groei dan andere soorten musea.
Op de actualiteitsvraag wordt niet verschillend geantwoord.

Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Verantwoording Musea 2017-2
Populatie
CBS – musea799
Museumvereniging leden op naam438
Aanvulling ‘gelieerde instellingen’ (is niet hetzelfde als register)29
Totaal verzonden adressen – excl dubbellingen467
Idem als % van CBS populatie *58%
Respons na 3 verzendingen (was 178)138
Idem als % van toezending32%
Hiervan leden Museumvereniging *99 %
Verdeling naar regio – zie vergelijking Museana in protocolrepresentatief
Verdeling naar grootte – idemrepresentatief
Verdeling naar soort museum – idemrepresentatief
Non-respons onderzoek uitgevoerd: deze aflevering niet uitgevoerd. Dat vindt eens per 2 jaar plaats. 2018 volgende non respons. n.v.t.

* De Museumvereniging verzamelt via de ConjunctuurWijzer informatie over geregistreerde musea in Nederland; aanvulling is daarom niet nodig.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

18
jan
Eurosonic Noorderslag