Vertrouwen

Erfgoed 2016-2

Erfgoed 2016-2 geeft het ondernemersvertrouwen van erfgoedinstellingen en kleinere musea die deel uitmaken van het bestand van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed over het tweede halfjaar 2016 en de verwachtingen voor de eerste helft van 2017 op basis van zowel bedrijfsmatige als inhoudelijke kenmerken.

Vertrouwensindex
+ 3,3  
+ 10,1 verwachting

De Rijksdienst Cultureel Erfgoed heeft een eerste peiling laten uitvoeren onder 196 kleinere musea en instellingen voor roerend erfgoed, die geen lid zijn van de Museumvereniging. Het ondernemersvertrouwen bij deze (roerend) erfgoedinstellingen is gematigd positief. De verwachtingen voor het komend half jaar (2017-1) zijn eveneens nipt positief (3,7). Inhoudelijk zijn erfgoedinstellingen iets positiever gestemd, zowel terugblikkend (10,1) als vooruit kijkend naar 2017-1 (10,6). Hiermee hebben erfgoedinstellingen aanzienlijk minder vertrouwen dan de Musea en ook minder dan het Nederlandse bedrijfsleven (8,3 zakelijke dienstverlening) in het algemeen.

 

Terugblik 2016-2 Erfgoed Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 7%+6%+13%
Inkomsten bezoekers-6%+8%+14%
Inkomsten overheden en fondsen-11%-9%+2%
Inkomsten sponsoring en giften-11%-7%+4%
Aantal betaalde medewerkers-2%+6%+8%
Concurrentiepositie-2%+2%+4%
Museumklimaat-3%+5%+8%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+3,3

Leeswijzer: 13% van de erfgoedinstellingen realiseerde het afgelopen half jaar een toename van het publiek t.o.v. 2016-1. 7% registreerde minder bezoek. Per saldo is er sprake van groei bij 6%. Bij 80% bleef het bezoek hetzelfde (100 – 7 – 13).

De vertrouwensindex komt net boven 0. Opvallend is het grote aantal instellingen dat geen verandering verwacht (80% – 85%). De inkomsten van overheden en van sponsoren en giften staan onder druk. Het Museumklimaat vinden de instellingen per saldo nipt positief (+5%).

Terugblik 2016-2 Erfgoed Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie en tentoonstellingen– 2%+10%+12%
Aantal bruiklenen-3%+1%+4%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-7%-4%+3%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-3%+1%+4%
Uitgaven gebouw en inrichting-1%+11%+12%
Museumklimaat in het algemeen-2%+6%+8%
Bereik kinderen, jongeren in onderwijs-2 %+2 %+4 %
Omvang van de collectie -3%+33%+36%
Tentoonstellingsprogramma-3%+31%+33%
Vertrouwensindex Inhoudelijk+10,1 

Ook inhoudelijk veranderde er voor verreweg de meeste erfgoedinstellingen (85% – 90%) over het afgelopen half jaar niets. Wel noteren zij per saldo een aanzienlijke toename van de collectie (+33%) en van het tentoonstellingsprogramma (+31%).

Vooruitblik 2017-1 Erfgoed Bedrijfsmatig

negatiefsaldopositief
Bezoekers– 3%+12%+15%
Inkomsten bezoekers-3%+10%+13%
Inkomsten overheden en fondsen-8%-5%+3%
Inkomsten sponsoring en giften-9%-6%+3%
Aantal betaalde medewerkers-3%+5%+8%
Concurrentiepositie-1%+8%+9%
Museumklimaat-5%-1%+4%
Vertrouwensindex Bedrijfsmatig+3,7

De bedrijfsmatige verwachtingen voor 2017-1 (index 3,7) zijn vergelijkbaar met de de terugblik 2016-2 (3,3). Per saldo zijn de erfgoedinstellingen negatief over de verwachte overheidsfinanciering, bijdragen uit sponsoring en giften en het ‘museumklimaat’ (saldo -1%). Maar wederom is het meest opmerkelijk dat 85% – 90% geen veranderingen voorziet. De erfgoed instellingen zijn op alle bedrijfsmatige kenmerken minder positief dan de grotere musea.

Vooruitblik 2017-1 Erfgoed Inhoudelijk

negatiefsaldopositief
Kwaliteit collectie + tentoonstellingen-1%+13%+14%
Aantal bruiklenen-3%+0%+3%
Samenwerking/uitwisseling buitenland-4%+0%+4%
Uitgaven collectie/tentoonstellingen-2%+8%+10%
Uitgaven gebouw en inrichting-6%+5%+11%
Museumklimaat in het algemeen-5%-1%+4%
Bereik van kinderen, jongeren onderwijs-1 %+15 %+16 %
Omvang van de collectie -6%+28%+33%
Tentoonstellingsprogramma-3%+28%+31%
Vertrouwensindex Inhoudelijk+10,6

De inhoudelijke verwachtingen voor 2017-1 zijn per saldo positief (index 10,6), maar hetzelfde als de realisatie over 2016-1 (10,1). Alleen ten aanzien van de collectie en het tentoonstellingsprogramma verwacht per saldo 28% een toename van omvang en 13% een toename van de kwaliteit. Ook het bereik van kinderen en jongeren neemt per saldo toe.

Grote meerderheid ervaart en voorziet veel minder verandering en groei dan Musea

Een grote meerderheid van de erfgoed instellingen heeft over het afgelopen half jaar geen veranderingen ervaren en verwacht deze ook niet voor het komend half jaar. Dat in tegenstelling tot de (grotere) musea die juist in grote meerderheid veranderingen voorzien en ervaren, in meerderheid positief. De musea verwachten voor meer dan de helft komend half jaar groei. De erfgoedinstellingen hebben – desondanks ? – per saldo positieve verwachtingen t.a.v. de omvang en kwaliteit van hun collectie, tentoonstellingsprogramma en het bereik van kinderen en jongeren.

Actualiteitsvraag: Samenwerking

Samenwerking is een centraal beleidsthema voor vrijwel alle musea en erfgoedinstellingen. Daarom is ook bij de erfgoedinstellingen gevraagd of samenwerking van 2016 op 2017 toe of afneemt en op welke gebieden samenwerking wordt aangegaan.

Vormen van samenwerking

20162017
Projectmatig58%69%
Shared Services6%6%
Fusie0%3%
Geen van deze42%28%

 

Erfgoedinstellingen werken in meerderheid samen en verwachten die samenwerking in 2017 uit te breiden. Deze samenwerking is minder omvangrijk en minder ingrijpend dan bij Musea waar 75% inmiddels de één of andere vorm van samenwerking kent (2017: 83%).

Op welke terreinen wordt samengewerkt?

%
Collectiebeheer23%
tentoonstellingen54%
educatie46%
wetenschap3%
digitalisering23%
bedrijfsvoering14%
geen van dezen/niet van toepassing26%

De terreinen waarop wordt samengewerkt variëren sterk: tentoonstellingen en educatie worden het vaakst genoemd. Collectiebeheer en digitalisering vormen voor  23% van de erfgoedinstellingen een terrein waarop wordt samengewerkt.

Verschillen naar soort, grootte en/of regio

De respons is te beperkt om zinvol na te kunnen gaan of er verschillen bestaan naar grootte, regio, of soort museum.

Grootte
Om een goed beeld te krijgen van de respons naar grootte is een extra categorie ingevoerd: 94% heeft een omzet van minder dan € 250.000,- per jaar en 6% in de categorie tot € 400.000,-. Er zijn geen respondenten in hogere categorieën.

Regio
De respondenten zitten verdeeld over alle provincies met uitzondering van Drenthe.

Soort museum
Musea zijn onderverdeeld naar kunst, geschiedenis, natuur(historie), bedrijf/wetenschap/techniek, volkenkunde en ‘anders’ (Museana). Bij de respondenten is de meerderheid (60%) historisch. Dat komt overeen met het landelijke gemiddelde (70%),
Op de actualiteitsvraag wordt niet verschillend geantwoord.

Verantwoording

Voor een verantwoording van de werkwijze van de ConjunctuurWijzer als geheel wordt verwezen naar de pagina ‘verantwoording’.  Hieronder wordt toegelicht hoe de gegevens voor deze specifieke aflevering zijn verzameld en getoetst op representativiteit.

Verantwoording Erfgoed 2016-2
Populatie
Rijksdienst Cultureel Erfgoed bestand roerend erfgoed (excl. leden Museumvereniging)191
Respons na 3 verzendingen40
Idem als % van toezending21 %
Verdeling naar regio – zie vergelijking Museana in protocolrepresentatief
Verdeling naar soort museum – idemrepresentatief
Non-respons onderzoek uitgevoerd onder15
Bereikt12
Checkvragen op bezoek terugblik60 %+
Idem op omzet terugblik50 %+
Actualiteitsvraagdivers

* De Rijksdienst Cultureel Erfgoed verzamelt via de ConjunctuurWijzer informatie over het ‘roerend cultureel erfgoed’. Dat zijn 191 instellingen, in grote meerderheid kleinere musea. Deze meting vindt plaats naast de ConjunctuurWijzer Musea waar de grotere musea deel van uitmaken.

Het non-respons onderzoek (N=13, waarvan 10 bereikt) is naar omvang beperkt, maar stemt geheel overeen met de uitkomsten van de respons. De uitkomsten zijn daarmee te beoordelen als representatief voor de kleinere musea in Nederland.

De samenhang tussen vermindering van publieksinkomsten en verslechtering op bijna alle andere kenmerken (bezoek, sponsoring, kwaliteit aanbod, samenwerking, museumklimaat, aantal medewerkers en concurrentiepositie) is sterk (50%- 80%), maar door beperkte aantallen niet statistisch significant.

Gemaakte aanvullende opmerkingen:

….???

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…