Vertrouwen

Cultuur 2016-1

Cultuur 2016-1 is de eerste ConjunctuurWijzer waarin drie sectoren uit de cultuursector gezamenlijk worden gepresenteerd: musea, poppodia en - festivals en schouwburgen en concertgebouwen.
Het ondernemersvertrouwen Cultuur 2016-1 biedt een bedrijfsmatige en inhoudelijke index, overeenkomstig de opzet van de Conjunctuurenquête Nederland (COEN)

Vertrouwensindex
+ 7,8  
+ 17,0 verwachting

Schouwburgen en Concertgebouwen doen voor het eerst mee aan de ConjunctuurWijzer; daarom is er pas een Cultuurindex vanaf 2016-1

Minder overheid, meer programma en bezoek

  • Ondanks bezuinigingen breiden Musea en Podia door slim ondernemerschap hun programma’s uit en trekken meer bezoek

  • Er is geen steun voor een minimumgage en kritiek op kwaliteit en beschikbaarheid van het rijks-gefinancierde aanbod.

 

De ConjunctuurWijzer Cultuur toont dat het ondernemersvertrouwen bij Musea, Poppodia, Schouwburgen en Concertgebouwen aan het begin van het nieuwe seizoen met een index van +8,1  gematigd positief is. Dat is in lijn met de rest van onze economie. De Conjunctuurenquête Nederland noteert een index van 8,4 voor Q3. Ongeveer de helft van alle  kunstinstellingen rapporteert over de eerste helft van 2016 meer publiek en verwacht dat deze groei ook het komend half jaar zal aanhouden. Ook realiseerde 30% – 40% een uitbreiding en kwaliteitsverbetering van het theater- en concertprogramma en van tentoonstellingen en collecties. Voor het komend half jaar verwachten zij daar opnieuw in te kunnen investeren.

Dit alles dankzij uitgekiend ondernemerschap en een toenemende inzet van vrijwilligers. Want tegelijk zag 20% – 30% de inkomsten van overheidszijde afnemen en verwacht een zelfde aantal voor het komend half jaar opnieuw krimp van de subsidies.

Het ligt genuanceerd

Een aanzienlijke meerderheid ervaart en voorziet op veel kenmerken groei, maar een minderheid heeft het afgelopen half jaar moeten inkrimpen en voorziet ook voor het komend half jaar teruggang. Vooral onder musea is een aanzienlijke  (17-20%) groep die zowel het afgelopen half jaar op alle belangrijke kenmerken teruggang registreerde: minder publiek, inkomsten, omvang collectie, kwaliteit van tentoonstellingen, samenwerking, bereik van kinderen en jongeren, maar dat ook voor het komend half jaar voorziet. Bij de poppodia en –festivals en bij schouwburgen en concertzalen rapporteert ca. 10% krimp van de bezoekersaantallen. Bijna een kwart registreert en verwacht minder inkomsten van overheden en fondsen.

Musea per saldo groei

Ruim een derde van de musea verwacht de tweede helft van 2016 de omvang en kwaliteit van hun collectie en tentoonstellingsprogramma te kunnen uitbreiden. Slechts 5-9% verwacht verslechtering/krimp. Ook is een meerderheid positief gestemd over het aantal bruiklenen, de samenwerking met andere musea en het bereik van kinderen en jongeren. De betrokkenheid van overheden en het museumklimaat in het algemeen scoren het laagste.  Hoewel er de komende tijd een flink aantal conservatoren met pensioen zal gaan, verwachten de meeste musea dat te kunnen oplossen.

Poppodia en – Festivals; geen steun voor minimumgage

De popwereld is positiever gestemd dan de musea of de schouwburgen en concertzalen. Dat vertrouwen is het afgelopen jaar sterk toegenomen van – 4,8 (2015-1) naar +17,2 nu, zelfs positiever dan de vertrouwensindex voor de totale economie (COEN). Ook de festivals gaven een half jaar geleden al aan dat zij voor de komende zomer op bijna alle fronten een toename en kwaliteitsverbetering voorzien. Poppodia en –festivals verwachten per saldo meer en beter programma te kunnen brengen, meer mensen aan te kunnen trekken en zijn optimistischer over hun concurrentiepositie en het popklimaat. Wel verwacht ook hier 20% een vermindering van de overheidsbijdrage.

Op de vraag naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een eventuele richtlijn voor een minimumgage – zoals hier en daar wordt bepleit – ziet een grote meerderheid van de directies van poppodia (79%) een dergelijke richtlijn als onwenselijk en onhaalbaar. Slechts 12% beschouwt een dergelijke richtlijn wenselijk en 7% ziet hem als haalbaar.

Schouwburgen en Concertgebouwen uit het dal; kritiek op het rijks-aanbod

Schouwburgen en Concertgebouwen doen dit jaar voor het eerst mee aan de ConjunctuurWijzer. 25% – 60% registreerde over het afgelopen half jaar een groei van het publiek, een toename van de omvang en kwaliteit van het programma en geeft daar ook meer geld aan uit. Ook is er sprake van een voorzichtige bereidheid weer iets meer (betaald) personeel aan te nemen. Het aantal vrijwilligers nam bij 27% toe. Die ontwikkelingen zetten zich het komend seizoen door. Maar liefst 23% noteert een vermindering van de overheidsbijdragen en eenzelfde aantal verwacht dat ook voor het komend seizoen.

Apart is gevraagd naar het oordeel van directies over de beschikbaarheid en kwaliteit van het rijks-gefinancierde aanbod uit de Basisinfrastructuur of dat van het Fonds voor de Podiumkunst. Een derde deel heeft daar niets op aan te merken, maar 45% heeft kritiek. 19% geeft aan dat er in het eigen verzorgingsgebied te weinig belangstelling voor bestaat om het zinvol te programmeren, 18% stelt buiten het speelgebied van de betreffende groepen, ensembles en orkesten te vallen, 32% is van oordeel dat het rijks-gefinancierde aanbod te ver af staat van wat men zelf graag programmeert. 11% vindt het aanbod over het algemeen ‘te braaf’ en stelt dat het gedurfder zou mogen zijn.

In opdracht van:
Verantwoording

Hoe meten we de verwachtingen…

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.